Zwolle ligt tussen de IJssel en de Overijsselse Vecht, met het Zwarte Water dat er middendoor loopt. Voor fietsers is dat een cadeau, want je hebt vanaf de rand van de stad in vier richtingen een compleet ander landschap. Dit zijn de tochten die de moeite waard zijn.
Langs de IJssel naar het zuiden
Vanuit het Engelse Werk en het Katerveer volg je de IJssel stroomopwaarts. Uiterwaarden, dijken, koeien en het brede water, met aan de overkant het silhouet van Hattem. De weg over de dijk is grotendeels vrij van verkeer en het uitzicht is open. Bij hoog water in de winter zie je hoeveel ruimte de rivier hier krijgt, en dat is een indrukwekkend gezicht.
Naar Hattem en Wezep
Steek de IJssel over en je bent in Hattem, een klein vestingstadje in Gelderland met een historische kern die je in een halfuur rondloopt. Het is de kortste tocht met een duidelijk doel, prima met kinderen. Wie verder wil, rijdt door richting de Veluwe, waar het landschap in bos verandert.
Het Vechtdal in
Aan de noordoostkant van de stad ligt de Overijsselse Vecht, een rivier met een heel ander karakter dan de IJssel. Smaller, kronkeliger en met zandige oevers. Vanaf Berkum en de Aa-landen fiets je zo het dal in, richting Dalfsen en verder. Onderweg passeer je landgoederen, oude boerderijen en de Agnietenberg, en het is een van de rustigste routes in de wijde omtrek.
Richting Hasselt en het Zwarte Water
Naar het noordwesten volg je het Zwarte Water richting Hasselt, een klein Hanzestadje aan het water. Het landschap is hier open polder met veel lucht, en de wind is er de enige tegenstander. Wie doorrijdt, komt in de kop van Overijssel terecht met het waterrijke gebied dat daar begint.
De Sallandse Heuvelrug
Voor wie een echte dagtocht wil, ligt de Sallandse Heuvelrug op enkele tientallen kilometers ten zuidoosten van Zwolle. Het is een stuwwal met bos en heide, met het nationale park tussen Holten en Hellendoorn en met heuvels die naar Nederlandse maatstaven serieus zijn. De klim naar de hoogste punten is voor Zwolse begrippen ongewoon, want de rest van het gebied rond de stad is vlak.
Praktisch
- Het knooppuntennetwerk dekt de hele regio, dus je kunt onderweg improviseren.
- De wind is in het open landschap bepalend, dus rijd op de heenweg tegen de wind in.
- Veerponten over de IJssel en de Vecht varen seizoensgebonden, check dat vooraf.
- Station Zwolle is een groot knooppunt, dus je kunt met de trein terug als het tegenzit.
Korte rondjes vanuit de stad
Niet elke tocht hoeft groot te zijn. Een rondje langs de plassen aan de rand van de stad, van de Milligerplas bij Stadshagen naar de Wijthmenerplas aan de oostkant, is in een ochtend te doen. Ook het rondje over de singels rond de binnenstad is met de fiets een aardige verkenning, al is dat er meer een om te lopen.
Waarom hier goed te fietsen is
Zwolle heeft een fijnmazig net van fietspaden dat tot ver buiten de bebouwing doorloopt, en de rivieren zorgen voor routes die vanzelf ergens heen leiden. Je hoeft niet ver te rijden om uit de stad te zijn, en je kunt in vrijwel elke richting weg zonder een drukke weg te hoeven kruisen. Dat is de reden dat de fiets hier voor veel mensen niet het alternatief is maar de eerste keuze.
Met kinderen
De kortste tochten met een duidelijk doel werken het beste. Naar een van de plassen aan de rand van de stad, naar de overkant van de IJssel richting Hattem, of een rondje door de uiterwaarden. Houd het onder de twintig kilometer, plan een pauze op de helft en kies routes over vrijliggende paden. Zwolle heeft daar een fijnmazig net voor, en dat maakt fietsen met kinderen hier eenvoudiger dan in de meeste steden.
Elektrisch en langere afstanden
Met een elektrische fiets liggen bestemmingen als Kampen, Dalfsen, Hasselt en Wijhe binnen bereik voor een middag. Denk aan de accu op de terugweg, want tegenwind in de polder kost meer dan je op de heenweg denkt. En laat de fiets niet onbeheerd staan bij een pauze, want elektrische fietsen zijn een gewild doelwit. Neem twee sloten mee en zet hem aan iets vast.


