Wielrennen rond Zwolle is vooral een gevecht met de wind. Het gebied is vlak, open en er staat vrijwel altijd iets, en dat maakt een rondje van tachtig kilometer over polderwegen zwaarder dan het profiel doet vermoeden. Wie hoogtemeters wil, moet naar het zuidoosten of over de IJssel.
De dijken langs de IJssel
Vanuit de zuidwestkant van de stad, bij het Engelse Werk en het Katerveer, kom je op de dijk langs de IJssel. Die kun je in beide richtingen kilometers volgen, met weinig kruisingen en met uitzicht over de uiterwaarden. Het is de mooiste kant van Zwolle om te rijden en meteen de winderigste, want op een dijk heb je nergens beschutting.
Het Vechtdal
Naar het noordoosten volg je de Overijsselse Vecht richting Dalfsen en verder. Het landschap is hier afwisselender dan in de polder, met landgoederen, houtwallen en bos. De wegen zijn smal en rustig, en er zitten genoeg plekken onderweg om te stoppen. Voor een tocht van zestig tot honderd kilometer is dit de meest gebruikte richting vanuit de stad.
Salland en de heuvelrug
Naar het zuidoosten ligt Salland, met het coulisselandschap rond Windesheim, Wijhe en Raalte. Rijd je door, dan bereik je op enkele tientallen kilometers van Zwolle de Sallandse Heuvelrug, een stuwwal met bos en heide tussen Holten en Hellendoorn. Daar liggen de klimmetjes die in deze regio te vinden zijn, met hoogtes tot rond de vijfenzeventig meter. Voor Nederlandse begrippen is dat serieus werk.
De Veluwe
Steek de IJssel over bij Hattem en je bent binnen een paar kilometer op de Veluwe, met bos, heide en glooiende wegen. Voor wie een hele dag wil rijden, is dat de rijkste richting. De combinatie van een vlakke heenweg over de dijk en een middagdeel met heuvels maakt een tocht die je in de rest van deze provincie niet krijgt.
Praktisch
- Rijd op de heenweg tegen de wind in, want in de polder loop je op de terugweg anders leeg.
- Het knooppuntennetwerk is fijnmazig, dus je kunt onderweg inkorten.
- Veerponten over de IJssel en de Vecht varen seizoensgebonden.
- Station Zwolle is een knooppunt, dus met de trein terug is altijd een optie.
Verenigingen en groepen
Zwolle heeft wielerverenigingen en er zijn groepen die vanuit de stad gezamenlijk vertrekken op vaste momenten in het weekend. In een gebied waar de wind de grootste tegenstander is, is in een groep rijden aanzienlijk prettiger dan alleen. Voor wie net begint, is een groep bovendien de manier om te leren hoe je in een wiel rijdt en hoe je overneemt.
Mountainbiken en gravel
Voor onverhard is er dichter bij huis genoeg te vinden, met de paden langs de Vecht, de bospaden in de omgeving en de zandwegen in het buitengebied. Voor echte mountainbikeroutes rijd je naar de Veluwe of naar de Sallandse Heuvelrug, waar routes zijn uitgezet. Gravel is in dit gebied bij uitstek de discipline die past, want de combinatie van dijken, zandwegen en asfalt ligt er voor het oprapen.
Veiligheid
De wegen in het buitengebied zijn smal en er rijdt landbouwverkeer. Houd rekening met modder op de weg na regen en met tractoren die een halve weg innemen. Op de dijken staan schrikhekken en veeroosters die je in een groep op tijd moet aankondigen. En rijd met licht in het najaar, want in de polder is het eerder donker dan je denkt.
Materiaal en onderhoud
Polderwegen, dijken en zandwegen zijn hard voor een fiets. Ruimere banden op lagere druk rijden op dit soort wegen prettiger en sneller dan smalle banden, en ze zijn minder lek gevoelig. Controleer je remmen en je ketting na een natte periode, want het slib van landbouwverkeer slijt een aandrijving in een paar ritten. Neem altijd een binnenband, een pompje en een setje bandenlichters mee, want in het buitengebied rond Zwolle sta je zo tien kilometer van de dichtstbijzijnde winkel.
In het winterseizoen
De maanden zonder daglicht zijn hier vooral wind en regen, en dat is precies waarom veel wielrenners in Zwolle in de winter op de rollenbank of met een gravelfiets over de zandpaden rijden. Wie buiten blijft rijden, doet dat met licht, met kleding in lagen en met een route die niet ver van huis komt. En houd rekening met gladheid op bruggen en dijken, want die vriezen eerder aan dan de weg ertussen.


