Blauw en wit in Zwolle, de kleuren van de Blauwvingers

Sport

Elke stad heeft kleuren die zonder afspraak zijn ontstaan. In Zwolle zijn dat blauw en wit. Ze zitten in de shirts van de voetbalclub, in de bijnaam van de inwoners, in de naam van de grootste zomermarkt van de stad en zelfs in de tegels op het dak van het museum.

Het verhaal van de blauwe vingers

Zwollenaren worden Blauwvingers genoemd, en daar hoort een verhaal bij dat iedereen in de stad kan navertellen. In de middeleeuwen bestond er rivaliteit tussen de Hanzesteden Zwolle en Kampen. Volgens de overlevering verkocht Zwolle zijn klokken aan Kampen tegen een prijs die de Kampenaren veel te hoog vonden. Uit wrok betaalden zij het bedrag in koperen munten en eisten dat het ter plekke werd geteld. Dat tellen duurde dagen, en van al dat koper kregen de Zwollenaren blauwe vingers.

Klopt het

Historisch niet, en dat weet men in Zwolle heel goed. Het is folklore, geen geschiedschrijving. Maar het verhaal is zo hardnekkig en zo bruikbaar dat het is uitgegroeid tot de bijnaam van de inwoners, de naam van de zomermarkt en de bijnaam van de voetbalclub. Weinig steden hebben een spotnaam zo grondig tot eigen merk gemaakt.

Het blauw van de club

PEC Zwolle speelt thuis in blauwwit gestreepte shirts, en op wedstrijddagen kleurt de stad mee. Sjaals aan gevels, shirts op de fiets en cafés waar de wedstrijd op grote schermen wordt gevolgd. De club draagt bovendien de bijnaam van de stad, en daarmee lopen de kleuren van de club en de identiteit van de stad naadloos in elkaar over.

Waar je de kleuren nog meer tegenkomt

  • De ovale uitbouw op Museum de Fundatie, bekleed met vijfenvijftigduizend blauwwitte tegels.
  • De Blauwvingerdagen, de zomermarkt die naar het verhaal is genoemd.
  • De Zwolse Blauwvinger, een koekje met een bruine vlek dat naar het tellen van de munten verwijst.
  • De shirts van amateurclubs in de stad, die vaak in de stadskleuren spelen.

De wolk op het museum

De uitbouw op het dak van Museum de Fundatie is het opvallendste voorbeeld. Vijfenvijftigduizend driedimensionale geglazuurde tegels in blauw en wit vangen het licht per stuk anders, waardoor de vorm bij elk weertype van kleur verandert. Dat de architect voor precies deze twee kleuren koos in deze stad, is voor Zwollenaren geen toeval.

Waarom kleuren ertoe doen

Een kleur is een korte manier om ergens bij te horen. In een stad met een sterke eigen geschiedenis, met een Hanzeverleden, een gracht met bastions en een verhaal over blauwe vingers dat elk kind kent, hebben die kleuren betekenis. Ze verwijzen niet naar een campagne maar naar iets dat al eeuwen wordt doorverteld.

In het straatbeeld

Let er eens op tijdens een wandeling door de binnenstad. De sjaals achter de ramen, de vlaggen op wedstrijddagen, het blauwwit op etalageruiten en de tegels op het museum. Het is geen ontwerp maar iets dat is gegroeid, en juist daarom werkt het beter dan een huisstijl die iemand heeft bedacht.

Kleuren in de sport

Ook de amateurclubs in Zwolle dragen hun eigen kleuren, vaak al meer dan honderd jaar. Die tenues zijn onderdeel van de identiteit van een vereniging en veranderen zelden, hoezeer sponsors dat soms ook zouden willen. Wie op een zaterdag langs een sportpark loopt en de shirts ziet, ziet in feite een stukje verenigingsgeschiedenis dat generaties overspant.

De koperen munten

Het detail dat het verhaal zo hardnekkig maakt, is de betaling in koper. Koper laat bij langdurig contact een blauwgroene aanslag achter op de huid, en dat is waarom het verhaal geloofwaardig klinkt. Of er ooit klokken van Zwolle naar Kampen zijn verkocht doet er inmiddels niet meer toe, want het verhaal heeft zijn werk gedaan. Het heeft een stad een bijnaam gegeven die zij zelf trots is gaan dragen, en dat is zeldzaam voor een spotnaam.

Rivaliteit die bleef

De rivaliteit tussen Zwolle en Kampen leeft nog steeds, al is die tegenwoordig vooral goedmoedig en vooral zichtbaar in de sport. Twee Hanzesteden op korte afstand van elkaar aan hetzelfde watersysteem, met eeuwen handelsgeschiedenis waarin ze elkaar beconcurreerden, dat laat sporen na. Voor bewoners van beide steden is het een gesprek dat elke keer opnieuw wordt gevoerd, en niemand die het meent.