Veilig wonen in jouw Zwolse straat, wat je zelf kunt doen

Gemeente

Veiligheid in een woonstraat wordt zelden bepaald door grote maatregelen. Het zijn de kleine dingen die het verschil maken, en het merendeel daarvan kun je zelf regelen zonder dat er iemand aan te pas komt. In Zwolle, met veel fietsverkeer en veel achterompaden in de oudere wijken, geldt dat extra.

Waar inbrekers op letten

De meeste inbraken zijn gelegenheidsinbraken. Er wordt gekeken naar een woning die onbewoond lijkt, naar een raam of deur dat makkelijk open kan, en naar een achterkant die uit het zicht ligt. Achterompaden, schuttingen met een kliko ernaast en een donkere achtertuin zijn precies de omstandigheden waar een inbreker naar zoekt.

Wat direct helpt

  • Goed hang- en sluitwerk met een keurmerk op deuren en op bereikbare ramen.
  • Buitenverlichting met een bewegingsmelder aan de achterkant en bij de berging.
  • Geen klimmateriaal in de tuin, dus geen ladder, kliko of tuintafel tegen de schutting.
  • Zicht vanaf de straat, dus geen manshoge begroeiing voor de voordeur.
  • De sleutel altijd uit het slot aan de binnenzijde van een deur met glas.
  • Tijdschakelaars op een paar lampen als je weg bent.

Fietsendiefstal

Zwolle is een fietsstad met een van de grootste stallingen van het land onder het station, en juist daarom is fietsendiefstal hier een reƫel risico. Zet je fiets altijd vast aan iets vasts en niet alleen op slot, gebruik twee sloten van verschillende types, en zet hem in de binnenstad in een stalling in plaats van tegen een gevel. Noteer je framenummer, want een teruggevonden fiets zonder framenummer komt nooit bij de eigenaar terug.

Met de buren

Een straat waarin mensen elkaar kennen is aantoonbaar veiliger, want er wordt eerder iets opgemerkt en eerder iets gezegd. In veel Zwolse wijken bestaan buurtpreventiegroepen en buurtapps waarin bewoners verdachte situaties delen. Die werken het beste als er afspraken zijn over wat je wel en niet deelt, want een app die vol staat met vermoedens over voorbijgangers doet meer kwaad dan goed.

Meld het, ook als het klein lijkt

Een poging tot inbraak, een beschadigd slot of iemand die aan fietsen staat te rukken, meld je bij de politie. Die meldingen bepalen waar er wordt gesurveilleerd en welke buurt aandacht krijgt. Ga je op vakantie, meld dat dan bij je buren en niet op sociale media. Meldingen over de openbare ruimte, zoals kapotte verlichting of een donker steegje, gaan naar de gemeente.

Woningoverval en babbeltrucs

Doe de deur niet zomaar open voor iemand die zegt van een instantie te zijn. Medewerkers van de gemeente, van een netbeheerder of van de corporatie kondigen zich aan en kunnen zich legitimeren. Vraag daarom altijd om die legitimatie en bel bij twijfel het nummer van de organisatie zelf op, niet het nummer dat de bezoeker geeft. Vooral bij ouderen komt deze vorm van misleiding veel voor.

Brandveiligheid hoort erbij

Rookmelders zijn verplicht op elke verdieping, en de meeste mensen hebben er te weinig. Test ze een paar keer per jaar en vervang de batterij op een vast moment. In oude panden in de binnenstad, met houten trappen en gedeelde opgangen, is een vluchtroute die vrij is van fietsen en dozen minstens zo belangrijk als het slot op je voordeur.

Samen scheelt het meest

Wie de achterkant van een rijtje huizen alleen beveiligt, verplaatst het probleem naar de buurman. Wie het samen doet, met verlichting over de hele achterompad en een afspraak over de poort, haalt de gelegenheid uit de hele straat. Dat is niet toevallig ook de goedkoopste aanpak, want verlichting en beter hang- en sluitwerk zijn samen ingekocht een stuk voordeliger.

Als er toch is ingebroken

Raak zo min mogelijk aan en bel de politie, want er kan sporenonderzoek nodig zijn. Maak foto’s van de schade en van de plek waar is binnengekomen, en maak een lijst van wat er weg is met serienummers en aankoopbewijzen als je die hebt. Meld het bij je verzekering en bij je buren, want inbrekers werken vaak in een reeks in dezelfde straat. En vervang het slot dat is geforceerd, ook als het nog werkt.

Het slachtoffer is niet het probleem

Na een inbraak overheerst bij veel mensen het gevoel dat ze iets fout hebben gedaan. Dat is zelden zo. Een inbreker die binnen wil komen, komt binnen, en het enige wat maatregelen doen is de gelegenheid verkleinen zodat hij een ander huis kiest. Er is bij de politie en bij Slachtofferhulp begeleiding beschikbaar voor de periode erna, en daar wordt veel te weinig gebruik van gemaakt.